Voorbeelden van het gebruik van Schoolreis in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Slowaakse taalwet bedreigt Nederlandse taal tijdens schoolreis.
Dat was een spijtig incident tijdens een schoolreis.
Boek eenvoudig een schoolreis.
Het is maar een schoolreis.
Si-jin is nog op schoolreis.
Ik zou geen leerling kunnen verliezen op een schoolreis.
Heeft hij je geld gegeven voor de schoolreis?
Het is maar een schoolreis.
Je was negen en je ging op schoolreis naar missiepost San Juan Capistrano.
Ik was zestien en we gingen op schoolreis.
Ik moet mijn toestemming voor de schoolreis. Ja.
Greg was op schoolreis.
Hoe was je schoolreis?
Hij viel van een klif op schoolreis.
Jullie gaan op schoolreis.
We zijn op schoolreis.
Schoolreis zijn prachtige herinneringen aan de kinder- en pubertijd.
Kan ik mee op kamp, schoolreis of vakantiekolonie?
Een meisje vroeg om op schoolreis te gaan, naar een groot park in de stad.
Een juf is op schoolreis met een groep elfjarigen.