Voorbeelden van het gebruik van Schoolreisje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Met een schoolreisje.
Dit afspraakje is gedowngrade tot een schoolreisje.
Het was een schoolreisje.
Willes vader hebben elkaar ontmoet op een schoolreisje.
Hij is z'n schoolreisje misgelopen.
Het is een schoolreisje.
Hij is z'n schoolreisje misgelopen.
Die vuurwerk meenam op het schoolreisje naar Six Flags.
Dit is geen schoolreisje.
In 1949 was ik op een schoolreisje.
Ik heb wat geld nodig voor het schoolreisje.
Frankrijk, schoolreisje.
Tijd voor een schoolreisje.
Voor een ander schoolreisje.
Het was net een schoolreisje.
Op een schoolreisje.
Voor Williams schoolreisje.
Je mag mee op schoolreisje.
Het is geen schoolreisje.
Ja, het schoolreisje.