Voorbeelden van het gebruik van Schuifelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Miljoenen halfbewuste Amerikanen schuifelen dag in dag uit door de winkelcentra.
Misschien wel schuifelen.
Opschudden, schuifelen, vleugel.
Dat scheelde mij een half uur schuifelen.
Misschien zelfs schuifelen.
Opschudden, schuifelen, vleugel.
niet schuifelen.
Dus je kunt niet schuifelen?
Portree op Skye is een mooi stadje waar veel toeristen doorheen schuifelen.
en hij is aan het schuifelen.
Schuifelen in dit gedeelte. Schuifelen.
Gewoon langzaam schuifelen.
Zwemmen en op het land een soort schuifelen.
Niet of zo. Schuifelen.
Enkel met je voeten schuifelen.
Nooit compleet de vrije wil eenheid. Dat schuifelen idioot.
Lopen, en schuifelen.
Ze helpen hem met het rond schuifelen op de zeebodem. Voeten.
Soort van schuifelen;
Lk kan niet lijdzaam op m'n dood af schuifelen.