Voorbeelden van het gebruik van Shilling in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Shilling voor buitenlanders.
Hij moest ons 35 shilling.
Roger MacKenzie. Twintig shilling per maand.
Zes shilling per meter.
Ze waren tien shilling.
Tweemaal 52, 104 shilling per jaar.
En hij had kunnen overleven van drie shilling per week.
Ja. Accepteer niet minder dan vijf shilling.
Mag ik nu één shilling zeggen?
Ik krijg nog 10 shilling voor de bekerfinale.
Het bezeten speelgoed. Vijf shilling voor.
Ik heb hier een shilling.
Modestukken zijn het duurst, tien shilling.
Mag ik nu twee shilling zeggen?
Ik ben bang dat ik geen shilling heb.
Mag ik nu drie shilling zeggen?
Je wilt toch tien shilling verdienen?
Hoeveel? Ik heb een shilling.
Dat is 50 pond, 50 shilling.
Vijf shilling.