Voorbeelden van het gebruik van Sloegen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We sloegen hun aanval neer.
Anderen sloegen hem met de palmen van hun handen.
En zij sloegen hen bij Bezek, tien duizend man.
Ze sloegen hem en namen hem mee.
Hollywood. Daar sloegen we terug.- Lul.
Ze sloegen me, weet je?- Jij deed het.
En zij sloegen de handen aan Hem en grepen Hem.
Ze sloegen een halsband rond haar nog voor ze vloer raakte.
En wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk.
Maar sloegen mijn vaders hoofd in met een steen.
Dat zijn ze! Zij sloegen ons neer en stolen onze space-pakken!
Ze sloegen hem met deze pijp.
Lul. Daar sloegen we terug. Hollywood.
Ze sloegen me op mijn hele lichaam.
En zij gingen henen uit, en zij sloegen in de stad.
Anderen sloegen Hem in Zijn gezicht en zeiden;
En zij sloegen hen, totdat zij geen overigen onder hen overlieten.
Die botte gasten sloegen ons door 't ovale venster.
Hoe vaak sloegen ze u?
Ooit sloegen ze mijn auto kapot.