Voorbeelden van het gebruik van Spijbel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wist jij dat het spijbel dag is? Chris? Hallo?!
Spijbel je van school?
Pa mag niet zien dat ik spijbel.
Dit is voor het eerst in twee jaar tijd dat ik spijbel.
Niet te geloven dat ik spijbel.
Het voelt alof ik spijbel.
Dan hoop ik dat je me vergeeft dat ik vandaag spijbel.
Dat het voelt alsof ik spijbel.
Nu weet u waarom ik zo vaak spijbel.
Het voelt alof ik spijbel.
Soms spijbel ik!
En daarom spijbel je van je werk.
En nu spijbel je ineens?
Ik spijbel en spuit heroïne in de wc.
Spijbel je? Kash heeft iets geregeld.
Ik spijbel. Dat doe ik soms.
Ik spijbel. Dat doe ik soms.
Kom op, jij blijft hier, spijbel vandaag.
Wil je dat ik spijbel?
Controleer je of ik spijbel?