Voorbeelden van het gebruik van Teamgeest in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Goede teamgeest. Hou de beakers weg van de machines.
Dat noem ik teamgeest,!
Teamgeest We werken samen als één team.
Innovatie, teamgeest, focus op kwaliteit en klantgerichtheid verbinden ons.
Teamgeest en totale betrokkenheid bij de resultaatsdoelstellingen.
En teamgeest betekent niks als er geen vertrouwen is.
Wat een teamgeest, hè?
Je kunt de teamgeest van een team op een aantal manieren verbeteren.
Zegt teamgeest jou iets? Kim?
Teamgeest, vingers!
De emotie en de teamgeest achter deze sport.
Goede communicatieve vaardigheden, teamgeest en flexibiliteit.
Rating van spelers in het team heeft ook een invloed op de teamgeest.
En wij stimuleren actief burgerschap en teamgeest.
Wij zijn gek op dat Buckner Hall teamgeest.
Hou die Trojaanse teamgeest vast!
respect en teamgeest.
Die jongen van je heeft niet echt een teamgeest.
Je hebt teamgeest en respecteert de kwaliteitsprocedures(ITIL).
U heeft het over teamwerk, teamgeest?