Voorbeelden van het gebruik van Tv-show in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat? De Zuid-Koreaanse TV-show.
Ze maakte deel uit van een tv-show.
Hij zit midden in 'n tv-show.
Dit zijn mensen van de tv-show.
Het is voor onze tv-show.
Ik mocht op geen enkele Tv-show.
Hij maakt… We filmen een tv-show.
Het is een tv-show.
De tv-show of gewoon… De tv-show.
Ik kan u in de tv-show van mijn schoonvader krijgen.
Personages van Floop's tv-show.
Voor een tv-show.
Zo maken we een tv-show.
Nou? Nou, ik ga een tv-show doen.
Die show, jaren 60, een tv-show.
John schreef All You Need is Love speciaal voor de tv-show.
Je zit in een tv-show, Sheila.
John schreef All You Need is Love speciaal voor de tv-show.
De tv-show?
Playmate's dochter tv-show ze zijn meestal op hun eigen fo.