Voorbeelden van het gebruik van Tv-show in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij heeft een TV-show aangeboden gekregen.
Morgan maakte zijn filmdebuut spelen Hustle Man op de tv-show Martin.
Het geestenmeisje van de Tv-show.
Jij zat toch in die tv-show?
die plek waar we acteurs in een tv-show waren.
Nee, een tv-show die ik leuk vond.
In 2012, NOTARO verscheen op de TV-show van Conan en This American Life.
Vandaag de dag krijgen ze een Tv-show.
Je had een leuke tv-show.
Het wordt een film en geen tv-show.
Straks is zij de enige die een tv-show kan verkopen.
Dat is een karakter uit een tv-show.
Voyager de Star Trek tv-show?
spel of TV-show.
Je spot met onze familie in die TV-show.
Het leven is geen tv-show.
maar ik doe de tv-show, Christian.
Ik zag je op… Jij zat toch in die tv-show?
Eigenlijk heb ik een idee voor een TV-show.
Ik heb net m'n eigen TV-show gekregen.
