Voorbeelden van het gebruik van Uiteten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik hou van winkelen, uiteten en naar de film gaan.
U kunt ook gaan uiteten in een restaurant van de golfclub Alfredov.
Wil je met me uiteten?- Je bent aan het ijlen.
Ja. Uiteten? Daarna kan ik je meenemen naar ergens?
We gaan dus uiteten op je verjaardag.
We gaan uiteten met mijn vader zodat Danny een goede beurt kan maken.
Uiteten. Wat is dit?
Ze is uiteten met haar ouders.
Nee, niet uiteten, helemaal niets.
Nee, niet uiteten, helemaal niets.
Ik ga uiteten.- Het gaat wel?
Ze was uiteten met dr. Bell.
We gaan uiteten. Vanavond.
Ik ga uiteten.- Het gaat wel?
We gaan uiteten. Vanavond.
Dat betekent: uiteten, in het weekend, alleen met zijn tweetjes.
Tennis, hardlopen en uiteten met familie en vrienden.
Wil je gaan uiteten, of wil je eerst uitpakken?
we naar een film gaan, uiteten gaan.
ga ik regelmatig uiteten.