Voorbeelden van het gebruik van Uiteten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
ik ga graag met je uiteten.
Laat hem ten minste uiteten.
En vandaag vraag je me ineens mee uiteten.
Bruce en ik waren uiteten.
Gaan jullie mee uiteten donderdag?
Dus gingen we met zijn allen uiteten.
Wil je mee uiteten?
we naar een film gaan, uiteten gaan.
maar wil je met me uiteten?
het geheim het antwoord op de achterkant van het boek… Wil je uiteten met mij, vanavond?
Uiteten gaan?
Ze gaan uiteten.
Hij vroeg me uiteten.
Waarom gaan we niet uiteten?
Ik ga met Nikolai uiteten.
Wil je misschien vanavond uiteten?
Ik wil je gewoon mee uiteten nemen.
Ik wil je gewoon mee uiteten nemen.
Ik wilde je volgende week mee uiteten nemen.
Ik wilde je volgende week mee uiteten nemen.