Voorbeelden van het gebruik van Vastigheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb tenminste vastigheid in m'n leven.
Ze zal nooit vastigheid voelen in jullie wereld met jullie kind.
Jij wilt nooit vastigheid, dat is het plan?
Met garanties, met aansturing, zonder vastigheid voor jullie.
Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.
Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.
We kunnen ze vastigheid beloven.
Ja, ik denk inderdaad dat vastigheid is!
De modder geeft het vastigheid en smaak.
Het leger is vastigheid.
Bij mij zou ze maar wat rondtrekken, zonder onderwijs, vastigheid.
Onze plek aan het overdenken… in de vastigheid van dit universum.
Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.
Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons;
En als je iets hebt heb je geen vastigheid.
Waarom ben je zo bang voor vastigheid?
Mensen hebben vastigheid nodig.
Snel. Op vastigheid.
Larry, jullie willen beiden geen vastigheid.
Miriam heeft vastigheid nodig.