Voorbeelden van het gebruik van Vertrek morgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar ik vertrek morgen, met of zonder jou.
Ik vertrek morgen. Welterusten.
Maar ik vertrek morgen. Wie anders?
Maar ik vertrek morgen. Wie anders?
Ik vertrek morgen na de F1 Race.
Een beetje. Ik vertrek morgen.
En ik vertrek morgen.
Een beetje. Ik vertrek morgen.
Kom op. Ik vertrek morgen.
Pap, ik vertrek morgen.
Het spijt me. Ik vertrek morgen, mevrouw.
En ik vertrek morgen naar Hoogeveen in Drenthe.
Ik vertrek morgen.
Ik vertrek morgen naar Meiktila.
Ik ga pakken en vertrek morgen.- Ik doel op de kinderen.
Ik vertrek morgen.
Ik vertrek morgen, dan kun je nog een feestje geven.
Ik vertrek morgen uit Bhopal.
Ik vertrek morgen.
Ik vertrek morgen.