Voorbeelden van het gebruik van Vuurpijl in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Op 2 januari… in de goooooot… Het rijmt op dooooood vuurpijl… Een.
Ik zal ze signaleren met deze vuurpijl.
Lasse, hier ligt die vuurpijl.
Hij gaat naar het dorp. Een vuurpijl.
Geef me een vuurpijl.
Jen, start de auto. Vuurpijl.
Dat leek op een vuurpijl, meneer.
Doe die vuurpijl weg.
Ik vraag me af waarom zo'n schip een vuurpijl afvuurt?
Waw, een vuurpijl.
Poes, we hebben een vuurpijl gevonden.
Ja, er zit een vuurpijl in m'n achterzak.
Komaan. Gebruik de vuurpijl, Kate.
Misschien is het de bedoeling dat ik de vuurpijl gebruikt.
Tweede vuurpijl.
Deze vuurpijl laat uw dromen uitkomen.
Die vuurpijl op dat lichaam?
We testen een nieuwe vuurpijl, en Mr DePinna zei.
Welke vuurpijl?
Ik wilde een vuurpijl uit mijn reet schieten.