Voorbeelden van het gebruik van Vuurpijlen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Floris, neem die vuurpijlen mee.
Talloze vuurpijlen sieren de Scheveningse hemel.
Floris, neem die vuurpijlen mee.
ga voor de grote knallen en vuurpijlen.
Er schiet iemand vuurpijlen.
Klik op Toto om de vuurpijlen te laten ontploffen.
Ze schieten nog vuurpijlen.
Hij dacht dat we dan van die gekleurde vuurpijlen zouden krijgen! Liefs Amelie!
Misschien heeft hij vuurpijlen.
Hij bond kikkers vast aan vuurpijlen.
Hebben jullie vuurpijlen?
Er zitten vuurpijlen aan.
Januari is de tijd voor vuurpijlen(een Aloe soort) en gele….
Die grote stomer, meneer, ze schoot nu al 6 vuurpijlen af.
Het wordt gebruikt in vuurpijlen, kruit, lucifers.
Geen rode vuurpijlen betekent niet dat ze leven.
Geen rode vuurpijlen betekent niet dat ze leven.
Lanceer de vuurpijlen. dat zal een les voor ze zijn!
Geen rode vuurpijlen betekent niet dat ze leven.
De vuurpijlen bevinden zich 100 tot 150 kilometer verderop.