Voorbeelden van het gebruik van Waar speel je in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Flauwekul. Acht? Waar speel je?
Flauwekul. Acht? Waar speel je?
Want waar speel je hockey op? Op ijs?
Waar speel je?
Waar speel je Charles Greane?
Waar speel je nu?
Waar speel je voor?
Waar speel je voor?
Waar speel je vanavond, maat?
Waar speel je?
Waar speel je volgende week?
Waar speel je zelf op?
Margaret! Waar speel je mee?!
Waar speel je? Fantastisch.
Waar speel je? Fantastisch?
Waar speel je Charles Greane?- Charles Greane.
om de gemilitariseerde zone over te steken, over de muur te gaan Waar speel je, Jimmy?
om de gemilitariseerde zone over te steken, over de muur te gaan Waar speel je, Jimmy?
over de muur te gaan Waar speel je, Jimmy?
Waar speelde je dan mee?