Voorbeelden van het gebruik van Wat hebben in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat hebben jullie met mijn dochter gedaan?
Wat hebben jullie allemaal?
Wat hebben arme Italiaanse immigranten met jou gemeen?
Wat hebben we hier? Oh, m'n?
Wat hebben jullie toch?
Wat hebben jij en Lilly besproken?
Oké, wat hebben we nog meer?
Wat hebben die ineens?
Medicijnen. Wat hebben ze je gegeven?
Wat hebben die mensen toch?
Dus wat hebben zwarte mensen te zeggen?
Wat hebben we hier, Bendtsen?
Wat hebben ze daar voor nut aan?
Wat hebben de mensen toch?
Wat hebben de Grieken je misdaan?
Wat hebben jullie ontdekt?
Wat hebben jullie toch?
Wat hebben die mensen toch?
Nee. Hoezo? Wat hebben ze gezien?
Wat hebben al die dingen met elkaar gemeen?