Voorbeelden van het gebruik van Wijntje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mooi wijntje.
Nee, dank je. Wijntje?
Nee, dank je. Wijntje?
Wijntje erbij, en genieten van alle mooie lichtkunstwerken maar.
Een wijntje misschien. En lekker eten natuurlijk.
Haal een wijntje voor me.
Wijntje erbij?
Roken en soms een wijntje waren de enige uitspattingen.
Na een wijntje en een paar biertjes kwam het avondeten.
Voor een wijntje is er altijd tijd.
Neem een wijntje, Jerome.
Eén wijntje en het is klaar.
Lekker eten, een wijntje, met z'n tweeën.
Wijntje erbij? Daarna een appeltje.
Ook een wijntje, inspecteur?
Wijntje erbij? Daarna een appeltje.
We gaan 'n wijntje drinken en bijkletsen.
Wijntje. Wat wil je nou?
Je krijgt een wijntje en dan ga ik koken.
Wijntje voor jou, wijntje voor mij.