Voorbeelden van het gebruik van Wil bellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij zei dat je zijn nummer had als je wil bellen.
Nee, dat is iemand die wil bellen.
Ze wil met de politie mee omdat ze haar kleine broer wil bellen.
En wat als iemand u wil bellen?
Er is iemand die ze wil bellen.
Het telefoonnummer dat ik wil bellen bevat* of.
Voor als ze je wil bellen als ik zoek ben.
Ik wil bellen.
Ik wil bellen.
Ideaal wanneer iemand wil bellen of gewoon even wil nadenken.
Ze wil bellen. Iets?
Als je iemand wil bellen, kan dat bij ons.
Ik wil bellen, dit is onzin.
Die telefoons… Als ik wil bellen, hoor ik alleen geklik.
Ik wil bellen.
Dus als jij mijn baas wil bellen, ga je gang.
Ik wil bellen met mijn vrouw, Clare Crowhurst in Teignmouth. Over.
Ze wil bellen. Iets?
Ik wil niet praten, ik wil bellen.
Vroeger was het: ik voel iets, ik wil bellen.