Voorbeelden van het gebruik van Wil wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Lk weet niet eens waar ik wil wonen.
Jij bent degene die apart wil wonen.
Leuk, als je in een gevangenis wil wonen.
En het grappige is dat ze in Amerika wil wonen.
Het probleem is dat ik bij pap wil wonen.
Ik geloof dat hij niet meer bij me wil wonen.
Ik denk niet dat ik hier nog wil wonen.
Callie vertelde ons dat ze bij Robert wil wonen.
Werkelijk waar? Als je hier beneden wil wonen, in mijn wereld?
De heilige Geest is een persoon die in ons hart wil wonen.
Hij moet denken dat je bij hem wil wonen.
En hij heeft een vrouw die op het platteland wil wonen.
Hij zegt dat hij bij die andere vrouw wil wonen.
Ideaal door diegene de zelfstandig wil wonen en voorzieningen voor zichzelf wil hebben.
Ik weet ook niet waarom hij hier wil wonen.
Een ideaal huis voor wie zonder zorgen, fraai wil wonen.
Ik denk niet dat een pony in je kelder wil wonen.
Hij zegt dat hij hier wil wonen.
Ik ben een arbeider die op een boerderij wil wonen.
Leo, heeft me verteld dat hij thuis wil wonen.