Voorbeelden van het gebruik van Komen wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Vanaf woensdag 11 mei zal Jibben of ShaFai Annemirena bij ons komen wonen.
Met de leeftijd van 13 weken mocht ze bij ons in huis komen wonen.
Maar nee, ik… Je had bij mij moeten komen wonen.
Ik had moeten… je had moeten komen wonen bij mij.
Je kunt bij mij komen wonen.
Ze is bij je komen wonen.
Als je bij me wil komen wonen, vraag het dan gewoon.
Je wilde op deze boerderij komen wonen met je vrouw en kinderen.
Wil je bij me komen wonen in Parijs?
Je wilt niet komen wonen in mijn kleine, kleine, overvolle huis.
Marissa misschien kon blijven en bij ons komen wonen.
Zijn baas eist nu echter dat wij hier komen wonen.
Ik wil bij jou komen wonen.
Je wilde bij mij komen wonen.
Hij vraagt me of ik bij hem wil komen wonen.
Alice wil bij ons komen wonen.
Daarom mogen jij en Alex bij mij komen wonen.
Ze willen bij ons komen wonen.
Ze vroeg of ik bij haar in Brentwood wil komen wonen.
Ik wil bij jou komen wonen.