Voorbeelden van het gebruik van Komen wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Daarom ben ik hier komen wonen.
Ik wil dat we hier komen wonen.
Een kind is bij u thuis komen wonen.
Wil je niet met mij en mijn dochters komen wonen?
Ik vraag of je bij me wilt komen wonen.
Het is altijd leuk als er goede mensen hier komen wonen.
Nate is bij je komen wonen. Dat is nogal saai.
Hij is pas weer in de buurt van Londen komen wonen.
Als moesten jullie bij mij komen wonen.
Daarom dacht ik dat jij bij mij moet komen wonen.
Ik wil dat jij en Jeff bij ons komen wonen.
Wacht, hebben ze jou gevraagd of de tweeling er bij mocht komen wonen?
Wil je weer bij mij komen wonen?
Veel mensen willen hier komen wonen.
Mag ik weer bij je komen wonen?
Hé, Donnie, wil je hier weer komen wonen?
Ik denk dat je hier bij mij moet komen wonen.
Ze kan hier niet zomaar komen wonen.
Ik vind dat je hier moet komen wonen.
Emma moet weer bij jou komen wonen.