Voorbeelden van het gebruik van Winkeldief in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Bart is geen winkeldief.
M'n moeder was een winkeldief.
En aanwijzingen over die winkeldief?
Je bent winkeldief.
Ben je een winkeldief? Nee, geen winkeldief.
Ben je een winkeldief? Nee, geen winkeldief.
Sorry, haast, geen winkeldief.
De drogist, Aart van Tellingen, nam begin maart 2006 wraak op de winkeldief.
Je speelt winkeldief als je een juwelierszaak hebt, aan de overkant van de straat.
M'n zoon is niet perfect… maar ik weet van binnen dat hij geen winkeldief is.
Zegt de man die 4 uur in een cel zat met 2 zatlappen en een winkeldief.
Ik ben je bewaker, winkeldiefje.
De winkeldieven van vandaag.
Helaas zijn de Outdoor mannen van morgen de winkeldieven van vandaag.
Ho, een winkeldief.
Winkeldief? Hij ontsnapt!
Heb een winkeldief opgebracht.
Winkeldief? Hij ontsnapt?
Esposito was de winkeldief.
Winkeldief?- Lange vingers?