Voorbeelden van het gebruik van Zijn fiets in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij was met zijn fiets.
Weet je, als die man zijn fiets gebruikte.
Het kind zit op zijn fiets.
Ik zal gaan met zijn fiets.
Het kind zit op zijn fiets.
Zij stalen zijn fiets.
Ik heb de dynamo van zijn fiets nodig.
Lettow verkende de Britse posities zelf, op zijn fiets.
Enige aanwijzing was een jongen op zijn fiets.
Hij is hier, dat is zijn fiets.
Beschadig zijn fiets. Doe wat elke vrouw in jouw positie zou doen.
Een spiraalslot biedt de gebruiker en zijn fiets een bepaalde basisbescherming.
Oh, oké. En je moet echt zijn fiets zien.
Waar zijn fiets+ slot nu gebleven?
Denk dat zijn fiets nog in de buurt van t Hoekje stond.
Of hij zijn fiets bij zich had.
Er zijn fiets stations op elke hoek.
En zijn fiets?
Zijn fiets wordt gestolen.
Er zijn fiets stands op het parkeerterrein aan de achterzijde van het appartement.