Voorbeelden van het gebruik van Zijn fiets in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kan ik alleen zijn fiets even brengen?
Ik wilde hem erin gooien, maar gooide zijn fiets erin.
ze vond zijn fiets hier.
Hij pakte ooit een kind dat zijn fiets wilde stelen.
Het goede nieuws is dat Luke zijn fiets heeft.
Het is zijn fiets.
En toen heeft iemand zijn fiets gestolen.
Billy reeds met zijn fiets naar huis gisterenavond van bij zijn vriend.- Barbara Kingsolver.
En zijn fiets?
Jullie vriend zijn fiets viel hier.
Hij loopt naar zijn fiets. Kijk, dat is hem.
voeden, zijn fiets afpakken.
Sorry. Hij reed met zijn fiets tegen mijn auto.
Als hij de pijp uit is, wie krijgt zijn fiets?
Maar Leroy deed zijn schat tussen zijn tanden… sprong op zijn fiets, lachte naar me en reed weg… ons achterlatend in een woIk van stof en begeerte.
Dit is niet de jongen die ik zijn fiets de achtertuin in zag dragen!
Als Jacob zijn fiets bij het lichaam in Austins kofferbak legde.
Maar Leroy klemde z'n schat tussen zijn tanden… sprong op zijn fiets, grijnsde en reed weg.
Klein meisje… wil je dat ik langs zijn huis rij, schatje… en ga kijken of zijn fiets er staat? Ja. Hé.
Een 12 jarige jongen, van zijn fiets gevallen is met zijn buik tegen het stuur aangekomen.