Voorbeelden van het gebruik van Zuipen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar hij heeft nooit iemand pijn gedaan. Zuipen, gokken, hoereren.
Om dit te vieren moest ik me natuurlijk helemaal klem zuipen.
Kom zuipen, zuipen, leep zuipen.
Ik zou zuipen, als ik hem was.
Nee. We zuipen en dansen.
Bek dicht en zuipen, loser.
roken, zuipen? Alsjeblieft?
We gaan zuipen met Russell Crowe en knokken met kangoeroes.
Zuipen, kreng.
Het was of dat, of gaan zuipen.
Het hele team scandeerde, zuipen, zuipen. .
Overdag handelsdelegatie en elke nacht zuipen.
Jongens, we gaan bidden en zuipen.
Gratis zuipen op het feestje, dan Robots vs. Worstelaars.
Wodka, dat zuipen ze als water.
Zuipen met vrienden!
We breken in en zuipen.
roken, zuipen? Alsjeblieft?
En zuipen!
Ik wil niet zuipen met een ouwe lul.