Voorbeelden van het gebruik van Zuipen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Erich is gaan zuipen.
Ik wil hier toch niet zuipen.
Ik ga twee maanden zuipen.
Je moet minder zuipen.
Alle toeristen die te veel tequila zuipen.
die werken, zuipen en hoerenlopen.
We breken in en zuipen.
Lekkere meiden langs sturen en zuipen tot ik kots?
moet zuipen.
En Mountain Dew kunnen zuipen.
Ze moet niet zoveel zuipen.
Wil je zuipen?
Modellen die overdag zuipen?
En zuipen.
kan ik zuipen tot ze me vinden.
Hun moeder gebruiken en hun vaders zuipen.
Ze moet niet zoveel zuipen.
Je kunt je zo zat zuipen als je wilt!
Ik wil zuipen.
In het weekend zuipen met vriendinnen.