Voorbeelden van het gebruik van Zweeds in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het is een Zweeds design van het merk Casalla.
Een Zweeds schip, in Deense wateren.
We moeten een Zweeds cybersysteem gaan opzetten.
Uitgeleend aan een Zweeds onderzoek, onder mijn bevel.
Dit is niet Zweeds, hè?
Mijn vader is Zweeds, mijn moeder is Amerikaanse.
Billhop is een Zweeds Betaalinstituut met hoofdkantoor in Stockholm.
Gt;een Zweeds bedrijf van twee jonge vrouwen.
Hou je van Zweeds glas en Zweeds design?
Mijn moeder is Zweeds.
En je hebt geen Zweeds nieuws gezien?
En je hebt geen Zweeds nieuws gezien?
Nee, maar u had ook een Zweeds dochterbedrijf, in Malmö.
Ik word elk jaar minder Zweeds.
Vertel het mij. Een Zweeds team natuurkundigen.
Vertel het mij. Een Zweeds team natuurkundigen.
Net een Zweeds vliegveld.
Op mijn erewoord als Zweeds burger.
Dat is geen Zweeds.
Op mijn erewoord als Zweeds burger.