Voorbeelden van het gebruik van Geen auto in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat is geen auto, dat is een appartement. Wie is dat?
Geen auto, geen vuilnis.
De 328 was geen eenvoudige auto om mee te rijden.
Mensen die geen auto hebben.
Er staat geen auto buiten?
Je hebt geen auto?
Geen auto komt weg zonder dat hij is doorzocht.
Dus je hebt geen auto meer?
Geen auto te zien.
Geen auto.
Kan ik zelf geen auto kopen?
Geen auto?
Je bent geen auto.
Dat is geen auto.
Maar het was geen auto.
Nu heb je geen auto.
Jij hebt geen auto, hij heeft ook geen auto; Hoe kom je thuis?
U wilt mij toch geen auto verkopen?
Dit mag je eigenlijk geen auto meer noemen.