Voorbeelden van het gebruik van Opzieners in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Walter Wick werden de ambtsrust verleend, twee Apostelen en vier Opzieners kregen een nieuw ambt.
secretaris van de vereniging van apostelen en opzieners van de Apostolische Gemeenschappen in Europa
Opziener Paul Imhof had eind 2014 afscheid genomen van de werkgroep.
Opziener Samuel Tansahtikno(47)
Ze willen de Opziener behagen, maar ze weten niet wat hij wil.
Opziener Hanspeter Nydegger(63),
Opziener Augusto Da Costa uit Guinee-Bissau ontving om gezondheidsredenen ambtsrust.
Ook Opziener Godfrey Kenya(65)
De Opziener is gekomen.
Is Palmer 'n dienaar van de Opziener?
Alles wijst erop dat de Opziener bestaat.
Door ze te vertellen wat de Opziener van ze verwacht.
We weten helemaal niet zeker of de Opziener dit onweer maakt.
Ik ben niet de Opziener.
U bent de Opziener.
De opziener lag met een bruid in z'n armen.
VANOBBERGEN, Jan Francis Jozef, Eerstaanwezend opziener bij het gemeentebestuur van Sint-Pieters-Woluwe, met ingang van 15 november 1997.
Opziener Samuel Bele ontving eveneens ambtsrust,
Voortaan zullen Apostel Joseph Ekhuya Opemba(41) en Opziener James Kweta Mutinda(34)
Voortaan zal hij samen met Opziener Hans Kamstra in alle districten van de Nederlandse gebiedskerk werkzaam zijn.