Voorbeelden van het gebruik van Pessimist in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De pessimist zegt.
Ik ben geen pessimist.
Wees niet zo'n pessimist.
Je bent een pessimist.
U bent een pessimist.
Je bent een pessimist.
Jij bent altijd een pessimist.
Ik ben graag een pessimist.
Ben je pessimist geworden?
Je bent gewoon een pessimist.
Wat bent u een pessimist.
Ik dacht dat ik een pessimist was.
Je bent een pessimist.
Dus was ze een pessimist?
Wat ben je toch een pessimist.
En Freud, nog zo een pessimist.
Ik ben hier de pessimist, hoor?
Ben je nu echt zo'n pessimist?
Ziet u, u bent een pessimist.
Economische ongelijkheid zal je een pessimist.