Voorbeelden van het gebruik van Smokkelaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik was smokkelaar.
Een aardige smokkelaar is zeldzaam.
Zij is een antiek smokkelaar.
Hij is de grootste smokkelaar in het land.
Jöste Nillsen, de grootste smokkelaar van Metro City.
We blijken de vriendin van de smokkelaar te kennen, nou, jij toch.
Deze kerel is niet een typische smokkelaar.
Je ziet eruit als een smokkelaar.
Ik ben een zakenman, geen smokkelaar.
Ik heb een smokkelaar nodig.
Solok is geen smokkelaar.
Volgens Paul zitten ze bij een smokkelaar en zijn slachtoffers.
Ik ben een veilingmeester, geen smokkelaar.
De contactpersoon van Diane denkt dat de smokkelaar plaatselijke vissers gebruikt om de goederen over gesanctioneerde grenzen te krijgen.
Volgens Ana is hij de smokkelaar, en hij wil ze verkopen aan de seksindustrie.
wandelpad van de oude smokkelaar die langs het strand loopt.
Een smokkelaar laat hen achter in een voorstad van Rome,
Iemand gaat misschien een undercoveragent verraden… aan een smokkelaar met de naam Vargas.
Een smokkelaar, een strakke deadline
De CIA contacteerde hem in verband met de namen die Cole gaf. Een smokkelaar.
