Voorbeelden van het gebruik van Zakendoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Die jongeman vond het prettig zakendoen met u.
Olu Kimba wou geen zakendoen.
terug in zakendoen.
Dat is de hoofdregel bij zakendoen.
Ethisch zakendoen.
Het fundament van zakendoen.
We moeten alleen zakendoen.
Jij, zakendoen?
Dat is zakendoen.
Jonge Belgische en Franse bedrijven kunnen elkaar op die manier ontmoeten en samen zakendoen.
Milieubescherming zit in ons DNA en onze manier van zakendoen.
En met wie gaan we geen zakendoen?
Oké, Cole, Het was leuk zakendoen met jou.
Cole, het is leuk zakendoen met je.
Het is een vereiste van het zakendoen van tegenwoordig.
Wat is je grootste fout in het zakendoen?".
Met uw succesvolle carrière in zakendoen, jong en hoopvol.
diensten en zakendoen.
Ik kan zo geen zakendoen.
het is zakendoen.