Voorbeelden van het gebruik van Bon temps in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het kerkhof van Bon Temps.
Een moord in Bon Temps.
Schatje, dit is Bon Temps.
Op het kerkhof in Bon Temps.
Bon Temps is een soort paradijs.
Ik moest naar Bon Temps toe.
Ik moet terug naar Bon Temps.
Ik moet eigenlijk terug naar Bon Temps.
Bon Temps is je thuis niet meer.
Maar u bent terug in Bon Temps.
Je bent de Sheriff van Bon Temps.
Jij was een ster in Bon Temps.
Bon Temps is nog bijna 30 kilometer.
Je moet echt weg uit Bon Temps.
Nee, ik moet terug naar Bon Temps.
Zij heeft mij niet naar Bon Temps gezonden.
Ik breng jullie terug naar Bon Temps.
Er is iets grondig mis in Bon Temps.
De inwoners van Bon Temps denken er anders over.
Hoe ben jij vanavond in Bon Temps gestrand?