Voorbeelden van het gebruik van Geen speelgoed in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Is er geen speelgoed om mee te spelen?
Ze zijn gereedschap, geen speelgoed.
Het is geen speelgoed.
Maar zijn huidige project is geen speelgoed.
Hij is geen speelgoed.
De kinderen mogen hier best lezen, maar geen speelgoed.
Nee, geen speelgoed.
Blijkbaar zijn het' verzamelobjecten', geen speelgoed.
Dat zijn mijn persoonlijke herinneringen, geen speelgoed voor weddenschappen.
Dit zijn echter geen speelgoed.
Het is eigenlijk geen speelgoed.
Ik zei dat je dekens moest halen, geen speelgoed.
Ik ben geen speelgoed.
Stewie, ik zei: geen speelgoed aan tafel.
dat is geen speelgoed.
Je zei geen speelgoed.
Dit zijn gereedschappen, geen speelgoed.
Mijn broer en ik hadden geen speelgoed.
Draadloze apparaten zijn radiozenders, geen speelgoed.
Draadloze apparaten zijn radiozenders, geen speelgoed.