Voorbeelden van het gebruik van Geen speelgoed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar goedheid is geen speelgoed.
Mensen zijn geen speelgoed, hoor.
Auto's zijn geen speelgoed.
Geen speelgoed.
Het is geen speelgoed.
Waarom is ze geen speelgoed aan het jatten?
Een getal is geen speelgoed.
Mensen zijn geen speelgoed.
Ze lieten me geen speelgoed hebben.
Meiden zijn geen speelgoed die je een beurt geeft in het park.
Hij is geen speelgoed.
Hij heeft geen speelgoed.
Een mes is geen speelgoed.
Lassen is geen speelgoed.
Mr Monk is geen speelgoed.
Dit is geen speelgoed.
Vuur is een wapen, geen speelgoed.
En, het is geen speelgoed.
De holo-kamer is geen speelgoed.
Een heel continent dreigt dit jaar geen speelgoed te krijgen.