Voorbeelden van het gebruik van Speelgoed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nr. xxxxxx uniek identificatienummer van het speelgoed.
Gebruiksspectrum: van medische techniek tot speelgoed.
Hier zijn je speelgoed en kolen.
Met speelgoed moet gespeeld worden.
En jij? O, ik maak speelgoed.
Voor kinderen is er een speelkamer met speelgoed, spelletjes en films.
groot opblaasbaar speelgoed, opblaasbare spelen.
Ze genoot van het kille, metalen gevoel van het speelgoed in haar handen.
Amen. En Mateo kan met z'n nieuwe speelgoed spelen!
Ik speel met speelgoed.
Kennelijk wil Walter niet, dat ik aan zijn speelgoed kom.
Ik ben een… We zijn allemaal speelgoed.
Kinderen kunnen in de tuin spelen of gebruikmaken van het speelgoed.
Bekijk kinderen wegblijven van met virussen besmet voedsel of speelgoed.
Geeft het kind aan dat zij het geluid van het speelgoed hoort? Hoe?
Niet je speelgoed.
We zijn Andy's speelgoed, Woody.
Veiligheid van speelgoed.
Nee, speelgoed. Ze zijn allemaal speelgoed.
koffie, speelgoed.
