GIECHELEN - vertaling in Spaans

reír
lachen
lach
giechelen
grinniken
risita
lach
gegiechel
giechelen
risa
lachen
gelach
lach
hilariteit
reírse
lachen
sonreír
glimlachen
lachen
lach
je glimlacht
grijnzen
met grijnzen
riendo
lachen
lach
giechelen
grinniken
risitas
lach
gegiechel
giechelen

Voorbeelden van het gebruik van Giechelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Niet giechelen alsjeblieft…!
Nada de risitas. Por favor!
Maar als ik ga giechelen en pizza wil gaan bestellen moet je 't uitblazen.
Pero si empiezo a reírme y ordeno una pizza, apágalo.
Giechelen, kietelen, elkaar inzepen.
Riendo, haciendo cosquillas, enjabonandose el uno al otro.
Ik begrijp niet dat ze niet de hele tijd giechelen.
No se como no se están riendo todo el tiempo.
Oh, stop met giechelen, kind.
Oh, deja de moverte, niña.
Laat me niet giechelen.
No me hagas reír.
een beetje zitten niks doen… Giechelen.
hacer nada… riéndonos.
Als Laust junior en Peter junior samen in bed giechelen.
Cuando el pequeño Laust y el pequeño Peter están riendo en la cama.
Je kan niet de hele dag met je beste vriendin zitten giechelen.
No puedes sentarte a reírte con tu mejor amiga todo el tiempo.
En ze giechelen.
Se están riendo.
De volgende keer dat de homo's giechelen, glijden we weg.
Cuando los gays se rían, nos vamos.
Ik wil niet giechelen.
No quiero reirme.
Ik kan niet zomaar giechelen.
No puedo sonreírme así.
Ik denk dat het de harde "k" geluid Dat maakt me giechelen.
Creo que es el sonido de la"R" que me hace reír tontamente.
ze iets zal doen om me te laten giechelen.
hará algo para hacerme reír.
Net giechelen.
Solo risita.
Als u niet wilt dat om de vijand te verliezen, niet zo hard giechelen niet om de situatie onder controle te verliezen.
Si no quiere perder el enemigo, no reír tan difícil no perder el control de la situación.
God bestaat in het giechelen van een kind en in de zuchten van minnaars.
Dios existe en la risa de un niño y en los suspiros de un amante.
let op uw kleine giechelen aangezien zij aan liederen schommelt die zowel onderwijs als pret zijn.
mire su pequeña una risita como ella oscila a las canciones que son educativas y diversión.
stotteren of giechelen.
tartamudear o reír,etc….
Uitslagen: 86, Tijd: 0.0819

Giechelen in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans