Voorbeelden van het gebruik van Sportief in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Of bent u liever sportief?
vooral als je populair en sportief bent.
Kom op jonges, wees eens sportief.
Die is toch sportief?
afgebakend en sportief.
Wees sportief.
dag, sportief en cultureel, voorstellingen.
In een jong en sportief team.
Maar de Engelsen vinden 't moorden in koelen bloede niet sportief.
We maakten nog een wandeling, maar wat minder sportief.
Weet je, ik was nooit erg sportief.
Animatie voor volwassenen sportief en cultureel.
Ze is blond, sportief en erg flexibel.
Hijisduidelijkeen van die jongens die heel… sportief is.
Peppermint Patty is gewoon sportief.
Ik ben niet zo sportief.
Niet zo sportief.
Ik ben niet groot of super sportief.
Niet zo sportief.
niet erg sportief zijn.