Voorbeelden van het gebruik van Team zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Kunnen we nog een team zijn?
deze Otto scumbag een team zijn.
We redden het wel omdat we een team zijn.
Zowel Israels Wielerfederatie als het nationale team zijn lid van de UCI.
Etta en haar team zijn gelokaliseerd.
Desondanks hebben we vandaag laten zien dat we een sterk team zijn.
We moeten een team zijn.
In Sandstorm werken, bij dit team zijn.
Vanaf nu zal het een klein team zijn.
haar onderwerp kunnen een team zijn.
We zijn gaan naar dubbel team zijn groot zwart haan.
Ik hoor dat de nieuwe meisjes uit Florida het te verslane team zijn dit jaar.
we moeten een team zijn.
het kennen van de sterke punten van je team zijn essentieel.
Willen wij inderdaad een team zijn?'.
Het gaat erom dat mama en ik een team zijn.
Eerste wat je moet onthouden is, dat jij en het paard een team zijn.
Jij en je paard moeten een team zijn.
Ik had liever dat jij je herinnerd had dat we voor alles een team zijn.
Zei hij nu dat wij zijn team zijn?