TIREN - vertaling in Nederlands

gooi
tirar
lanza
deseche
arroja
tiro
pon
laat
dejar
hacer
permitir
no
mostrar
vamos
echemos
trekken
tirar
sacar
dibujar
extraer
jalar
tirón
trazar
infundir
poner
reposar
trek
tire
hambre
saca
dibuja
atrae
pon
caminata
apetito
extensible
demanda
te gooien
para lanzar
para tirar
para arrojar
para echar
tiro
weg
camino
carretera
lejos
vía
salir
fuera
ruta
calle
senda
marcha
dump
volquete
vertedero
basurero
descarga
de volcado
de volteo
volcado
deja
deshazte
tira
werp
tiro
echa
lanza
tira
expulse
arroja
weggooit
desechar
tirar
descarta
arroja
deshacer

Voorbeelden van het gebruik van Tiren in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Tiren su cuerpo en la carretera de Sabaneta.
Dump z'n lichaam langs de weg naar Sabaneta.
Uno dos tres, tiren.
Een… twee… drie… Trekken!
Limpiemos. Tiren el equipo. Nos mezclaremos con la muchedumbre.
We ruimen op… dumpen de spullen en verdwijnen met de menigte.
Tiren las armas o les disparo.
Laat de wapens vallen of word doorzeefd.
Tiren la estaca de mi corazón
Trek deze staak uit mijn hart
Tiren sus celulares.
Gooi jullie mobieltjes weg.
¡Tres, dos, uno! Tiren.
Drie, twee, één, trekken.
Pido que los nerds de todas las edades tiren sus mochilas al suelo.
Nerds aller leeftijden: Werp je zakbeschermers af.
Tiren sus armas y salgan despacio.
Laat je wapens vallen en kom langzaam tevoorschijn.
Tiren sus armas afuera y salgan con las manos en la cabeza.
Gooi die wapens naar buiten en kom met de handen omhoog eruit.
¡No tiren la cadena!
Trek niet aan de ketting!
Caray. Odio que las compañías tiren la basura al océano sin permiso.
Ik ben het zat dat bedrijven hun rotzooi zomaar in zee dumpen.
Los que vayan arriba, tiren de la palanca.
Iedereen die naar boven wil, moet aan de hendel trekken.
Tiren sus armas y pongan las manos arriba.
Laat je wapens vallen en handen omhoog.
Empujen.- Tírenlo hacia ustedes.
Trek het naar jou.
Tiren una moneda.
Gooi een muntje.
¡Uno, dos, tres, tiren!
Eén, twee, drie, trekken.
Tiren sus armas.
Laat uw wapens vallen.
Tiren todo lo que quieran, pero la venganza será de Willie.
Gooi zoveel je wilt. Maar Willie zal wraak nemen.
¡No tiren de mí!
Trek niet zo aan me!
Uitslagen: 233, Tijd: 0.0925

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands