VIGÍA - vertaling in Nederlands

uitkijk
vigilando
vigía
mirador
búsqueda
puesto de observación
acecho
guardia
vigilancia
atento
vigilante
uitkijkpost
mirador
puesto de observación
vigía
puesto de vigilancia
observatorio
punto de vista
punto de observación
wacht
espera
guardia
aguarda
vigía
uitkijktoren
torre de vigilancia
torre de observación
atalaya
torre vigía
torre mirador
vigia
vigía
redenção
spotter
observador
burlador
escarnecedor
vigía
burlón
mofador
verkenner
explorador
explorer
buscacaminos
reconocimiento

Voorbeelden van het gebruik van Vigía in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Soy un vigía.
Ik ben de uitkijk.
Nuestro vigía ha visto algo.
Onze uitkijk heeft iets gevonden.
Nuestro vigía estaba al norte buscando a Azgeda.
Onze wacht was in 't noorden op zoek naar de IJsnatie.
¡Vigía!¿Qué ves?
Uitkijk, wat zie je?
¡Hermano vigía!¿No hay nada a la vista?
He, broeder uitkijk, zie je iets?
¿Es tu primera vigía?
Is dit je eerste wacht?
Vigía Biblia.
Watchtower Bible.
¿Quien estaba de vigía Gould?¿Quién?
Wie stond er op wacht, Gould?
Un vigía en el frente y alguien cuidando la retaguardia.
Iemand die de voorkant in de gaten houdt en een aan de achterkant.
El vigía dice que el conductor era una mujer.
Lookout zei de chauffeur was een vrouw.
Vigía, está despejado?
Overwatch, is het veilig?
Beeline, aquí Vigía esperando la extracción.
Beeline, dit is Overwatch. We wachten op evacuatie.
¡El vigía te detectará!
De wachttoren zal je zien!
Pon un vigía en cubierta.
Stuur iemand op het dek.
Vigía en el campo de Compiègne.
Bijgehouden in het kamp van Compiègne.
El crítico es también vigía, una boya, podemos añadir.
De criticus is ook een baken, een boei, zouden we kunnen toevoegen.
Ocho en total. Un vigía, dos conductores y cinco tiradores.
Iemand op de uitkijk, twee chauffeurs, vijf schutters.
Mi hijo no es tu vigía.
Mijn zoon is niet je waakhond.
¿Y qué estará haciendo la policía sándwich durante esta vigía?
En wat gaat de broodjespolitie doen tijdens deze bewaking?
Entendido, Vigía.
Begrepen, Overwatch.
Uitslagen: 116, Tijd: 0.2749

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands