Examples of using Arrogant in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Boosaardig, arrogant, gewoontjes.
Allemaal arrogant gelul.
U bent arrogant en eigenwijs.
Ik werd arrogant nadat we de Vogelverschrikker pakten.
Een beetje arrogant?
Ik hoop dat je me niet arrogant vindt.
Je bent arrogant en je zegt altijd de verkeerde dingen.
Hoe kun je zo arrogant zijn over mijn leven?
Hij was erg arrogant, als je het mij vraagt.
Is hij arrogant of dom?
Ik was arrogant en dom.
Dat ze arrogant is.
Ze vond hem arrogant.
Ik wil niet arrogant klinken.
Dan lijk je arrogant.
Hoe kun je zo arrogant zijn over het leven van deze mannen? Isaac?
Slim en arrogant en een pestkop.
Arrogant? Kom op.
Kalm en zeer sociaal maar enigszins arrogant naar andere honden.
Volgens George ben ik arrogant.