Examples of using Bezig zijn in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Bij AMU, geloven we dat als leerlingen bezig zijn, ze leren.
Eerst zeker weten waar we mee bezig zijn.
Eerstelijnswerknemers in het magazijn die bezig zijn met voorraadbeheer en logistiek.
Een bewijs dat we goed bezig zijn.
Voor bedrijven die dagelijks bezig zijn met teeltadvies.
Dit is een van de onderwerpen waar wij mee bezig zijn.
Je kan toch niet zeggen dat we bezig zijn met.
Ik kan u verzekeren dat de quaestoren ermee bezig zijn.
Net zoals we hier altijd bezig zijn.
Als we bezig zijn met techniek, dan zijn we nog steeds kunstenaars.
En dus meer bezig zijn met onze lichamen.
Ze hebben volgens mij echt geen idee waarmee ze bezig zijn.
Ik zie dat jullie bezig zijn.
In al deze gevallen weten we precies met welke getallen we bezig zijn.
We stoppen nog een keer bij een plek waar arbeiders met de weg bezig zijn.
En men alleen bezig zijn met de overwinning.
Iedereen denkt dat ze bezig zijn voor een oefening over twee maanden.
Er is een informatiestop zolang de Grijzen bezig zijn met het transport.
Autogrill ViCre laat ons nadenken of we met de juiste dingen bezig zijn.
Bel in alle geheime agenten totdat we weten waar we mee bezig zijn.