Examples of using Dat adres in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Check dat adres in Kopenhagen.
Of ontvangers geselecteerd dat adres, en zij zullen besmet.
Dat adres kwam bovendrijven.
Dat adres is mij niet bekend. Shit! Shit!
Dat adres kwam bovendrijven. Het reisbureau?
Zie je dat adres?
Dat adres gaf ze me.
Ga naar dat adres, en vermoord daar iedereen.
Kunt u dat adres lezen?
Dat adres heb ik online gevonden.
Hoe weten we of dat adres in deze realiteit werkt?
Hoe weten we of dat adres in deze realiteit werkt?
Kan je me vertellen waar dat adres is?
Breng"m naar dat adres.
Ik wil dat Ethan Avery binnen twee uur naar dat adres gebracht wordt.
En wat is dat adres?
Die kwam retour: Ze woont niet op dat adres.
Maar ik woon al jaren niet meer op dat adres.
Weten zijn ouders soms dat adres?
Reese, de politie heeft net een telefoontje gehad vanaf dat adres.