Examples of using Dawson in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Toen Dawson z'n vader stierf,
Dawson, hoe zit 't met die kogels?
Dawson, hoe gaat het?
Door Dawson en Galloway.
Wat doen Dawson en die andere twee mislukte tieners vanavond?
Dawson en Gretchen evenmin.
Dawson, heb jij een lotionnetje voor me?
Dawson!
Dawson, kijk wat ik op deze beer heb gevonden.
Hij heeft in Dawson Castle een kleine aanvaring gehad met Ives hier.
Dawson krijgt een concessiekantoor zo gauw er hier politie is.
Dawson, doe ons een plezier,
Dawson, kom, we gaan nog een keer!
Maar Dawson is eenmalig, is hij niet?
Dawson, heb je Antonio vandaag gesproken?
Heeft iemand Dawson ingelicht?
Dawson hier.
Maar Dawson is de bevelhebber, ze pakken haar.
Dawson, wij zijn er over twee minuten!
Dawson City is een stad in het Canadese territorium Yukon.