Examples of using Emil in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zie de categorie Emil Cioran van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
met knevelsnor: Emil, Paulines vijfde kind.
hebben we zijn lieve zus Emil.
Ja, ik ben peetoom van Anton en Emil.
M'n erfenis zit erin, en die van Frederik en Emil.
Ik moet de zaak Emil nog afronden.
Kijk wat ze met Emil Hupka deden.
Weinig mensen weten dat hij Emil Erich.
Ik wil terug naar Kopenhagen… en praten met die Deense jongen, die Emil.
Daar heb ik nog niet bij stilgestaan, Emil.
Voor jou? Daar heb ik nog niet bij stilgestaan, Emil.
Ik vreesde het ergste toen ik zag dat Emil Hahn de officier van justitie was.
Doe iets beter je best, Emil, anders loopt m'n klant weg.
Michiel van de Hazelhoeve(Zweeds: Emil i Lönneberga), is de naam van de hoofdpersoon uit de gelijknamige kinderboekenserie van Astrid Lindgren.
Toen ik bij Emil en z'n gezin was, voelde ik dat ik ook ergens familie had.
Van 1910 tot 1912 werkte Carl Sandburg als secretaris van burgemeester Emil Seidel.
Dan is er nog de rekening die Nanna op naam van Anton en Emil opende.
De film gaat over een vrouw(Eva) die met een rijke maar oudere man(Emil) trouwt.
Een wereld vol verhalen van Pippi, Emil en Karlsson en de rest.
En alles wat ik hoor is een stel rotopmerkingen.- Ik heb Emil te pakken genomen?