Examples of using Groupies in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Groupies slapen met rocksterren omdat ze beroemd zijn.
Groupies zwermen om je heen.
Groupies werden in die tijd koekjes genoemd.
Groupies slapen met rocksterren omdat ze beroemd zijn.
Groupies zijn niet mijn stijl.
Groupies, toeschouwers die hun deel willen.
Groupies zijn leuk,
Groupies zijn leuk,
Groupies zwermen om je heen.
Daarop staat wat ooit de b-kant van een single was: The Groupies.
Het is niet"Groupies.
Goed… groupies van het podium.
Hij had zijn groupies tijdens zijn tournee.
Wat zijn die groupies irritant, zeg. De sleutel, de sleutel.
Geen groupies op je kamer.
Maar ik heb zelf heel wat groupies ontmoet.
Footballspelers krijgen alle groupies.
veel lawaai… donker en vol groupies.
En op de drank, drugs en groupies natuurlijk!
Je hebt vast veel groupies.

