Examples of using Handjes in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zie hem niet… verder onze handjes vasthouden.
Maar met kleine handjes.
In hun doopvont zou ik m'n handjes wel eens willen stoppen.
Maar met kleine handjes.
je kleine handjes.
Dr. Fraser met z'n magische handjes.
Dukie Wookie heeft z'n handjes bezeerd.
Maar hij had nog steeds zijn baby handjes.
En je kleine handjes.
En kleine baby handjes.
Dit is geen date. Handjes thuis.
Wat een kleine handjes heb je.
Keith, wil je nog wat extra handjes bij de uitlevering?
Mannen die daten, handjes vasthouden, elkaar aanraken, kussen!
Jij hebt kleine handjes, die worden niet zo koud.
voor het gelaat, handjes en zitvlak, vanaf de geboorte1.
Lagen je handjes op het stuur?
Laat die handjes wapperen!
En medailles ontvangen en handjes schudden met de President.
Ik zag zijn kleine handjes.