Examples of using Het trainen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het trainen met een smartphone wordt steeds populairder.
Nee, ik was mijn mannen aan het trainen.
We waren… aan het trainen.
Ondersteunt het trainen van deze spieren: Gastrocnemius.
Ik was zo vaak aan het trainen waardoor ik een lies-ontsteking opliep.
Op de monitor van de Competence F20R volg je tijdens het trainen de belangrijkste parameters.
Perfect voor het trainen van snowboard- en skateboard-truucs.
Ja, ik ben gewoon aan het trainen.
Kan een verhoging van hun intelligentie door het trainen van hun lichaam?
We hebben elkaar ontmoet bij een ijsbaan, waar ik aan het trainen was.
Ze beginnen met het trainen van de stafleden die daarmee weer anderen kunnen informeren.
Het trainen van nieuwe medewerkers op gebied van boekhoudkundige principes
Elektrolyten vervanging tijdens het trainen kan wel in tienvoud variëren tussen twee sporters.
Professioneel toestel voor het trainen van de triceps.
Snel herstel na het trainen- bevorderd de stofwisseling.
Ik ben… aan het trainen.
Ze zijn aan het trainen.
Sensei! Ben je vandaag niet aan het trainen?
Ondersteunt het trainen van deze spieren.